Morren Galleries / De tijdloze verstilling van het Noordelijk Realisme

Morren Galleries / De tijdloze verstilling van het Noordelijk Realisme

Het Noordelijk Realisme is de stroming waartoe veel kunstenaars behoren waarvan Morren Galleries momenteel werk in huis heeft en tevens op verzoek werk van kan leveren. Deze stroming vormt ook de basis van de Collectie Kleijn waarvan de galerie een deel in de galerie presenteert. Veel van deze figuratieve kunstenaars genoten hun opleiding aan de Academie Minerva in Groningen of gaven er ook les. De academie concentreerde zich op realistische en figuratieve schilderkunst en had bekwame vaklieden als docenten, onder wie Henk Helmantel, Matthijs Röling, Barend Blankert, Wout Muller, Ger Siks en Diederik Kraaijpoel. 

Tegenbeweging

In de tweede helft van de twintigste eeuw, toen de internationale kunstwereld in de ban was van abstract expressionisme, conceptuele kunst en minimalisme, voltrok zich in Nederland een opmerkelijke tegenbeweging. Een groep schilders uit het noorden van het land koos niet voor de radicale vernieuwing van de abstractie, maar voor een terugkeer naar de zichtbare werkelijkheid. Hun benadering stond ver af van het louter registreren of het fotorealistisch kopiëren van wat het oog ziet. Het Noordelijk realisme, zoals deze stroming is gaan heten, bracht het alledaagse terug in beeld met een technische virtuositeit die deed denken aan de oude meesters, maar met een eigentijdse gevoeligheid en thematiek.

Wat deze schilders verbindt, is hun liefde voor detail, hun zoektocht naar stilte en hun vermogen om gewone voorwerpen of scènes te verheffen tot een bijna spirituele ervaring. Zij boden, en bieden nog steeds, een tegenwicht aan de vluchtigheid van moderne beeldcultuur. Het Noordelijk realisme staat inmiddels internationaal bekend als een unieke en karaktervolle stroming binnen de hedendaagse schilderkunst.

Het Noordelijk realisme ontstond in de jaren zeventig, in een periode waarin de meeste kunstacademies en galerieën vooral aandacht hadden voor conceptuele kunst, performance en installaties. In die context was een terugkeer naar figuratieve schilderkunst bijna een daad van verzet. De kunstenaars die zich in het noorden van Nederland vestigden, veelal in Groningen en Drenthe, kozen voor een heel andere weg. Zij lieten zich inspireren door hun directe omgeving: stille interieurs, eenvoudige gebruiksvoorwerpen, het licht dat door oude ramen naar binnen viel, of de mensen in hun directe nabijheid.

Het noorden van Nederland bood hiervoor de perfecte voedingsbodem. De stilte, de rust en de relatieve afstand tot de hectiek van de Randstad boden kunstenaars ruimte voor introspectie en ambachtelijk werken. Waar elders concept en experiment de boventoon voerden, werd hier het ambachtelijke schilderen gekoesterd. Het was geen nostalgisch teruggrijpen naar vroeger, maar een eigentijdse herwaardering van de zichtbare werkelijkheid.

Het Noordelijk realisme is geworteld in de traditie van de eeuwenoude Hollandse schilderkunst. De grote zeventiende-eeuwse meesters – zoals Johannes Vermeer, Pieter de Hooch, Pieter Saenredam, Willem Kalf en Gerard ter Borch – zijn duidelijk voelbaar in de manier waarop moderne realisten omgaan met licht, compositie en stofuitdrukking. De verfijning waarmee de stofuitdrukking van fruit, aardewerk of een glazen karaf in olieverf wordt weergegeven, herinnert aan de pronkstillevens van de Gouden Eeuw. Tegelijkertijd is er de verstilling van een Vermeer-achtig interieur, waarin de tijd lijkt stil te staan. Toch gaat het Noordelijk realisme verder dan louter imiteren. De kunstenaars geven een eigentijdse interpretatie van die traditie. Het gaat niet om weelde of prestige, maar om de schoonheid van het eenvoudige, het alledaagse.

Zoals de oude meesters met hun meesterlijke ambacht en techniek van invloed zijn op de Noordelijke realisten, hebben zij op hun beurt kunstenaars buiten Noord-Nederland beïnvloed. Het succes van kunstenaars zoals Henk Helmantel en Matthijs Röling liet zien dat er wel belangstelling was voor figuratieve kunst. Dit gaf ook kunstenaars elders in het land de moed om figuratief te blijven werken, ondanks de druk om modern of conceptueel te zijn. Dit leidde tot een bredere beweging van ‘hedendaags realisme’ in Nederland.

Hoewel het Noordelijk realisme sterk geworteld is in de Nederlandse traditie, past het in een bredere, internationale beweging waarin figuratieve kunst een heropleving doormaakt. In landen als Spanje, de Verenigde Staten en Italië zijn vergelijkbare tendensen zichtbaar, maar nergens kreeg dit realisme zo’n samenhang en herkenbare identiteit als in Noord-Nederland.

Stil staan bij het gewone

Het Noordelijk realisme is meer dan een stijl of stroming; het is een houding, een manier van kijken. Het is een uitnodiging om stil te staan bij het gewone, om schoonheid te ontdekken in eenvoud en om het licht en de stilte hun waarde terug te geven.

De schilders van deze beweging hebben laten zien dat figuratieve kunst niet ouderwets of nostalgisch hoeft te zijn, maar juist eigentijds en betekenisvol. Hun werk vormt een brug tussen verleden en heden, tussen traditie en moderniteit, tussen zien en ervaren. In een tijd waarin beelden vaak vluchtig en oppervlakkig zijn, herinnert het Noordelijk realisme ons eraan dat de grootste schoonheid soms te vinden is in de kleinste, eenvoudigste dingen – mits we de tijd nemen om echt te kijken.

Jan van der Kooi, Slaapkamerraam met gele lissen, olieverf op paneel, 82,5 x 72,5 cm
Henk Helmantel, Stilleven met perziken, olieverf op paneel, 86 x 100 cm 
Pieter Pander, Stip, olieverf op paneel, 40 x 43 cm 
Matthijs Röling, Grote poes II, olieverf op paneel, 29 x 35 cm 
footer anchor