In het atelier van Anne Silverstrand Forest: figuren die terugkijken
Door Tabea Mannßhardt
De muren van het atelier van Anne Silverstrand Forest kijken terug. Overal hangen schilderijen van figuren of wezens, die je met hun blikken voortdurend lijken te volgen. Werken in een lege, witte studio kan ze zich niet voorstellen. Dat zou, zegt ze, bijna ondraaglijk zijn. In 2013 verhuisde Silverstrand Forest naar haar huidige woon- en werkplek: de ateliers aan de Kersenboomgaard in Leidsche Rijn, een bijzonder gebouwencomplex waar meer dan veertig kunstenaars en creatieven wonen en werken. Hier heeft ze haar eigen atelier, met daarboven het appartement dat ze deelt met haar partner en hun drie witte katten.
In de studio is Silverstrand Forest het liefst alleen, of in het gezelschap van die katten. “Je hebt katten nodig in een studio,” zegt ze lachend. Eén van hen vond zelfs zijn weg het werk in: in Tresha (2019) is hij vereeuwigd. Het past bij haar manier van werken, waarin het persoonlijke nooit ver weg is.

Een leven vol figuren
Schilderen doet Silverstrand Forest al zolang ze zich kan herinneren. Als kind tekende ze mensen, dieren en wezens die daar ergens tussenin zweefden, vaak in een portretachtige opstelling. Samen met haar ouders schilderde ze met aquarelverf en ze was groot fan van The Muppets. Ze droomde ervan om later poppenmaakster te worden. Die vroege interesses legden de basis voor haar fascinatie voor individuele personages en sculpturale vormen.
Als kind bezocht ze met haar ouders – die vóór haar geboorte vanuit de Verenigde Staten naar Alkmaar verhuisden – een Russisch-orthodoxe kerk. De iconen aan de muren, met hun indringende blikken en herkenbare stijl, maakten diepe indruk. Volgens Silverstrand Forest schuilt daarin iets meditatiefs: werken die je blik vasthouden en door hun consequente beeldtaal een bijna tijdloze rust uitstralen. Het idee van de op zichzelf staande figuur, losgezongen van een narratief, bleef haar sindsdien begeleiden.
Opleiding en een eigen koers
Voor haar aanmelding bij de Rietveld Academie in Amsterdam in 2003 bestond haar portfolio al grotendeels uit tekeningen van individuele figuren. Ze keek er vooral naar uit om zich te verdiepen in schilderen, maar binnen de opleiding bleek daar weinig ruimte voor. Docenten wisselden jaarlijks en schilderkunst was zelden hun specialisme. Langzaam voelde het alsof zij en de academie in een relatie zaten die niet werkte. Na vier jaar besloot ze te vertrekken, zonder diploma.
Na omwegen langs andere academies koos ze uiteindelijk voor de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Al bij het eerste bezoek maakte het gebouw diepe indruk. In diezelfde periode leerde ze haar huidige partner kennen en verhuisde ze naar Utrecht. Bij de academie in Den Haag vond ze eindelijk wat ze zocht: intensieve schilderlessen en ruimte om haar eigen beeldtaal te ontwikkelen.

Horror, materiaal en experiment
Ze werkte vaak vanuit kleine schetsen die ze uitvergrootte tot grote schilderijen. Zo ontstonden collageachtige composities waarin meerdere figuren samenkwamen op grote vellen papier. Al snel verruilde ze papier voor grote stukken ongespannen canvas die tot op de grond hingen. Haar liefde voor horrorfilms – vooral het werk van David Lynch – sijpelde door in haar werk. Met acrylverf, verdund met water, gaf ze haar figuren een spookachtige, bijna vluchtige uitstraling.
Na haar studietijd bleef ze experimenteren. Ze schilderde op oude lakens en tapijten, materialen die eerst moesten worden geprepareerd en zo harde, ruwe oppervlakken kregen. Tijdens deze ‘tapijtjaren’ verkocht ze steeds meer werk, sloot ze zich aan bij haar eerste galerie en was ze te zien op diverse kunstbeurzen. Vier keer op rij werd ze genomineerd voor de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst.

Van figuur naar betekenis
Een paar jaar geleden voltrok zich opnieuw een verschuiving in haar werk. Ze begon haar werken anders te titelen: niet langer alleen naar de afgebeelde figuren, maar ook naar ideeën en gebeurtenissen in de wereld om haar heen. Een werk kreeg bijvoorbeeld de titel Uncommitted, verwijzend naar een beweging binnen moslimgemeenschappen in Michigan die zich niet achter één kandidaat voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen wilde scharen.
Silverstrand Forest volgt het wereldnieuws op de voet. Tijdens het werken laat ze urenlang Twitch-streams aanstaan waarin commentatoren reageren op actuele gebeurtenissen, soms wel acht uur achter elkaar. De emoties die dat oproept – vooral woede – vinden hun weg het werk in. Die continue stroom aan nieuws en commentaar sijpelt vooral door in de titels en de emotionele onderlaag van haar werk. De beelden zelf blijven open en meerduidig, en verwijzen zelden rechtstreeks naar specifieke actuele gebeurtenissen.

Tuin van Van Gogh
Tegenwoordig wordt Silverstrand Forest vertegenwoordigd door Jan van Hoof Galerie in ’s‑Hertogenbosch en NQ-Gallery in Antwerpen. Tot 1 februari 2026 was haar werk te zien in de tentoonstelling The Poet’s Garden bij NQ-Gallery. De tentoonstelling verwijst naar Vincent van Gogh, die 140 jaar geleden enkele maanden in Antwerpen verbleef. De deelnemende kunstenaars reflecteren op de tuin als plek van verbeelding, reflectie en vernieuwing.
Voor haar bijdrage dook Silverstrand Forest in Van Goghs tijd in Arles en in de brieven die hij schreef aan zijn broer Theo. Het werk dat hieruit voortkwam wijkt af van haar recentere, meer politiek getinte werk. Waar normaal het figuur domineert en de achtergrond sober blijft, koos ze hier juist voor een uitbundige, rijk geschilderde bloementuin.
De kracht van het ondefinieerbare
Al langere tijd laat Silverstrand Forest zich inspireren door kunst uit uiteenlopende tijdsperiodes. Zo onderzocht ze een periode lang renaissanceschilderijen en de extravagante jurken en kapsels van vrouwen uit die tijd. In die beelden zag ze niet alleen rijkdom en macht, maar ook een innerlijke afgrond. Thema’s als klassensystemen en feminisme spelen dan ook al vroeg een rol in haar werk.
Bewust zoekt ze de grey areas op: geen vaagheid, maar een bewust gekozen positie daartussenin. Haar werk laat zich niet vastpinnen op één discipline, één stemming of één betekenis. Het beweegt zich in wat zij zelf een twilight zone noemt: tussen tekenen, schilderen en sculptuur, tussen controle en loslaten, tussen confrontatie en escapisme. Elke figuur die ontstaat, is het resultaat van die botsing — een momentopname van tegenstrijdige impulsen die naast elkaar mogen bestaan.
Ze werkt vaak tegelijk aan een schilderij, een tekening en een sculptuur, waarbij technieken en materialen in elkaar overvloeien. Hoe verschillend de werken ook zijn, ze delen een onmiskenbare signatuur. Silverstrand Forest vergelijkt haar werkwijze met het maken van mixtapes op cassettebandjes: lagen, overgangen en onverwachte combinaties.
Haar figuren bewegen zich tussen mens en dier, mannelijk en vrouwelijk, tweedimensionaal en plastisch. Ze weigeren zich volledig te laten vastleggen – en juist daarin schuilt hun aantrekkingskracht.


Tabea Mannßhardt sloot in 2025 haar onderzoeksmaster in kunstgeschiedenis af
aan de Universiteit Utrecht. Eerder voltooide ze haar bachelor in Europese
kunstgeschiedenis en etnologie aan de Universiteit van Heidelberg. Haar interesse ligt met name bij de 19e en 20e eeuwse kunst. Momenteel werkt ze als researcher in
een museum in Duitsland.